pag. 16 home

news

-1 ^ +1
1843 - 1844 ~ Met de Infatigable naar de Columbia.

1843


In St.-Louis neemt De Smet de nodige tijd om zijn verhaal op papier te zetten en zodoende ontstaat zijn eerste boek : Letters and Sketches, with a Narrative of a Year's Residence among the Indian Tribes of the Rocky Mountains. De Engelstalige versie wordt in Philadelphia uitgegeven. Later volgen nog vertalingen in het Frans, Duits, Nederlands en Italiaans. Het boek komt net op tijd om zijn missiewerk bij de indianen meer bekendheid te geven. De Smet begint stilaan in te zien dat het werk dat hij op zich genomen heeft veel geldmiddelen zal vragen. Hij is van plan om in Europa sponsors te zoeken. Maar eerst wil hij de Amerikanen voor zijn plannen warm maken. Hij trekt naar New Orleans, Boston, Louisville, Cincinnati, Pittsburgh, Baltimore, Washington, Philadelphia en New York City. De opbrengst : 5.000 $.

De Smet weet zijn superieur, pater Verhaegen, te overtuigen om meer missionarissen naar de Rockies te sturen en zodoende kan De Smet op 25 april De Vos, Hoecken en Mac Gaen op de John Auld tot Westport begeleiden. Het schip vaart gelijk op met de Omega van kapitein Joseph La Barge. De reis van St.-Louis naar Westport duurt ongeveer 8 dagen. Met de Omega varen John James Audubon en Etienne Provost mee. De Smet ontmoet ze op de bunkerplaatsen. In Westport ontmoeten de jezuïeten ook nog William Drummond Stewart, John C. Frémont , Thomas Fitzpatrick en dokter Marcus Whitman. De Smet draagt zijn rekruten over aan de deskundige gids Solomon Sublette.

Op 7 juni kan De Smet eindelijk naar Europa vertrekken. Tijdens de overtocht leert hij bisschop Hughes en de politicus Thurlow Weed kennen. 21 dagen later, op 28 juni komt hun schip in Ierland aan. Daar heeft De Smet een ontmoeting met de advocaat Daniel O'Connell (1775 - 1847). O'Connell is een Iers nationalist en heeft ervoor geijverd dat ook katholieken voortaan ook in het Britse parlement kunnen zetelen. In Dublin woont hij één van O'Connell's vreedzame manifestaties bij (een meeting voor meer dan 200.000 aanhangers). De Smet reist via Liverpool en Londen naar België door. Na een kort familiebezoek start hij de geplande actie voor het missiewerk in de Rockies. Zijn bedeltocht voert hem door België, Nederland, Frankrijk, Italië, Spanje en Duitsland. Op 30 juli geeft De Smet een voordracht voor het Sint-Michielscollege in Brussel. In Rome ontmoet hij Roothaan en Paus Gregorius XVI. Hij pleit er voor het aanstellen van een bisschop voor het ganse territorium van Oregon. De Amerikaanse bisschoppen denken dat De Smet hiervoor de geknipte man is, maar dat is het laatste wat De Smet wil. Hij heeft enkel oog voor het werk tussen de indianen in zijn Rocky Mountain Mission. Het resultaat van zijn Europese toernee mag gezien worden : 26.500 $ en 8 nieuwe rekruten, met name de paters Joseph Joset, Zerbinati, John Nobili, Michael Accolti, Antonio Ravalli en Louis Vercruyesse (Kortrijk) plus de broeders Magri en François Huybrechts (Ekeren). Op 10 november brengt De Smet een bezoek aan het moederhuis van de zusters van Notre Dame de Namur die reeds een bijhuis in de V.S. hebben (Cincinnati). Bisschop Dehesselle van Namen staat, na enig aandringen, toe dat 6 zusters met hem mee naar het verre Oregon vertrekken. De Smet wil de zusters de moeilijke en gevaarlijke voettocht van oost naar west besparen. 3 jezuïeten worden rechtstreeks naar New York gestuurd, maar met de rest is De Smet van plan om rond kaap Hoorn naar Oregon te varen. Voor 3.300 $ chartert De Smet de tweemaster Infatigable van kapitein S.J. Moller. Het is de bedoeling om de 12 passagiers en hun cargo over de Zuid-Atlantische oceaan rond kaap Hoorn naar het noorden van de Stille Oceaan te zeilen.

Op 12 december vertrekt de Infatigable uit Antwerpen, maar door mist en tegenwind duurt het een volle maand voor de brik uit de monding van de Schelde geraakt. Maar op 9 januari is het dan toch eindelijk gelukt, en dan verdwijnt eerst Vlissingen en nadien Oostende langzaam achter de horizon.

1844



Van 22 tot 30 maart ligt de Infatigable voor Kaap Hoorn. De kaap heeft een slechte reputatie en ook deze keer zorgt een orkaan ervoor dat zowel schip als bemanning op de proef gesteld worden. Na een dag respijt vaart het onvermoeibare schip op 1 april voor de kust van Patagonië opnieuw in een vliegende storm. Het scheelt geen haar of het vaartuig wordt door de krachtige tegenwind op de klippen geblazen. Maar op een mijl van de rotsen krimpt de wind gelukkig enkele graden en zodoende kan de Infatigable weg van die onherbergzame kust naar dieper water zeilen.

Op 13 april legt de Infatigable in Valparaiso (Chili) aan. Ze zijn reeds 4 maanden onderweg ! Na een bezoek aan Santiago zeilen ze op 1 mei naar Peru. Op 11 mei komen ze in Callao, de haven van Lima, aan. Op 27 mei kiest de brik opnieuw het ruime sop. Moller is van plan om geen havens meer aan te lopen en in één ruk naar de monding van de Columbia te zeilen. Maar na ruim 40 dagen op volle zee blijkt dat er onvoldoende proviand opgeslagen werd. Er zit niets anders op dan de maaltijden te rantsoeneren. Kapitein Moller wordt ziek en als toemaatje wordt nog een orkaan opgevoerd.

Op 27 juli, na een zeiltocht van ongeveer 8 maanden, komt de kust van Oregon eindelijk in zicht. Onze kapitein heeft in Antwerpen geen kaart van de monding van de Columbia kunnen bemachtigen en die monding is berucht. Op bepaalde ogenblikken kan het er erg spoken omdat de hoge golven van de Stille Oceaan tegen de krachtige stroming van de Columbia rivier beuken. En bovendien, wordt de ingang door gevaarlijke zandbanken belemmerd. De kapitein van de Infatigable verkiest een nachtje op zee te blijven. Op 29 juli waagt de kapitein zijn kans. Om 10 uur nadert de Infatigable ter hoogte van kaap Disappointment de noordzijde van de zandbanken. Plots ziet de bemanning mensen op het strand. Ze hebben vuren aangestoken en lossen geweerschoten. De kapitein is er niet gerust in en beveelt de steven naar open zee te wenden. De dag nadien krijgen ze een binnenvarend schip in de gaten, maar het zicht is niet al te best en het verdwijnt al gauw in de nevel. De kapitein van de Infatigable besluit dan maar een bijboot met vrijwilligers uit te zetten. Die moeten de zandbanken verkennen en een vaargeul zoeken. Op 31 juli komt de bijboot, die onder de leiding van de tweede in bevel staat, terug. Aan de zuidzijde hebben ze een doorgang van 5 vadems gevonden. De kapitein laat er geen gras over groeien en beveelt koers naar de geul te zetten. Een matroos peilt de diepgang : 7 6 5 4,5 4 3 (de minimale diepte voor de Infatigable!) 4 3 2,5 ... 4, 5 ... ze hebben het gehaald.

Het schip gaat in Youngs Bay voor anker. In de namiddag komt een kano van de Clatsop indianen langszij. In de monding van de Columbia zijn er 2 geulen. De noordelijke, die voor kaap Disappointment ligt is de diepste en degene die normaal gebruikt wordt. De zuidelijke geul staat niet op de kaart ! Normaal wordt deze niet door de grotere schepen gebruikt, omdat ze erg ondiep is. James Birnie, de HBC-verantwoordelijke in Astoria, vertelt dat hij de Columbia overgevaren was, om de signalen te geven die de bemanning van de Infatigable een paar dagen voordien opgemerkt had. De kapitein van de Infatigable dacht eerder aan een valstrik van de inboorlingen : het schip laten stranden en plunderen. 's Avonds zorgt Birnie voor verse zalm en aardappelen. Enkele nieuwsgierige Chinook indianen komen langszij.

Om de Columbia op te varen moet de kapitein in Astoria op een rivierloods wachten. De Smet wil geen tijd verliezen. Hij zal per kano naar fort Vancouver varen. Een gunstige wind en 9 sterke kanovaarders zorgen ervoor dat De Smet de laatste 160 kilometer snel achter zich laat. De volgende avond komt hij in het fort aan. Mc Loughlin, James Douglas en dokter Forbes Barclay begroeten de missionaris zeer hartelijk en ze sturen meteen een boodschapper naar bisschop Blanchet die aan de overkant van de Columbia in de St.-Paul missie langs de Willamette rivier (Champoeg, Oregon) verblijft. En er is nog goed nieuws. De missionarissen die De Smet vorig jaar in Westport op pad gezet had, namelijk De Vos, Hoecken en Mac Gaen zijn veilig en wel in de Rockies aangekomen. De Vos verblijft bij de Kalispels en Hoecken in St.-Mary. Mc Loughlin is intussen katholiek geworden. 8 dagen later, op 5 augustus gaat de Infatigable voor fort Vancouver voor anker. Het ganse gezelschap is nu te gast bij de Mc Loughlins.



Op 18 augustus vertrekken de missionarissen naar het hoofdkwartier van Blanchet in St.-Paul. Op de rechteroever van de rivier wacht een nieuw klooster op de zusters van Notre Dame de Namur. Het St.-Mary klooster is nog niet helemaal klaar. Pater Bolduc uit Canada heeft reeds een school voor jongens opgericht : het St.-Joseph College. De zusters willen ook een schooltje starten. Met het voorbeeld van Florissant voor ogen, plannen de jezuïeten hun hoofdkwartier in Oregon : de St.-Francisus Xaverius missie. Mengarini is uit de Rockies afgezakt om te komen helpen. En dan breekt langs de Willamette rivier een epidemie uit. Honderden indianen worden ziek en sterven. De Smet en 3 zusters worden onwel, maar overleven de catastrofale ziekte.

Op 3 oktober vertrekken Mengarini en De Smet naar de Rockies. Aan boord van een HBC-boot uit fort Vancouver varen ze de Columbia op. Peter Biledot, een Canadese stielman, is meegekomen om de molenstenen uit België te installeren. Als alles mee zit kan de missie binnenkort gemakkelijker graan malen. Op de vaarweg naar fort Walla Walla liggen een paar obstakels en op een van die portages komen ze De Vos en Mac Gaen tegen. Ze zijn onderweg van St.-Michael bij de Kalispels naar St.-Francis Xavier in de Willamette vallei. De Vos kan niet zo best met Point overweg en hij wil zijn beklag bij de oversten doen. Point houdt van de indianen zoals ze zijn en stoort zich aan de racistische houding van sommige jezuïeten. De Smet probeert de plooien glad te strijken, maar De Vos zal een brief met zijn grieven plus kritiek op De Smet naar Roothaan sturen. In fort Walla Walla verdelen De Smet en Mengarini de vracht over 20 paarden en muilezels en huren 2 gidsen om hen door de Spokane woestijn naar fort Colville te loodsen. Pater Tiberio Soderini (een van de 5 rekruten die in 1844 vanuit Westport vertrokken zijn) verblijft ook in fort Walla Walla. Bij zijn aankomst in fort Hall had hij genoeg van het harde en avontuurlijke missionarisbestaan. Hij ziet zijn roeping om tussen de indianen te werken niet meer zo zitten en is op weg naar Blanchet om er gewoon priester te worden. De Smet spreekt Soderini opnieuw moed in en overtuigt hem om terug naar St.-Michael mee te gaan. Op 15 oktober vertrekt de karavaan uit fort Walla Walla langs de Colville Road naar fort Colville. Onderweg komen ze een paktrein met 17 paarden tegen. De trein is op weg naar Pend d'Oreille over een pas bij de Kalispel bergen. De Smet bedankt zijn gidsen en trekt mee met de karavaan. Pater Adriaan Hoecken die van de komst van De Smet gehoord heeft, komt hem langs de oostelijke flank van de Kalispel bergen tegemoet en escorteert hem op 6 november naar de St.-Michael missie in het hoofdkamp van de Kalispels aan de Albeni watervallen. De Smet en Soderini blijven er een paar dagen terwijl Mengarini en Biledot met de vracht naar St.-Mary doorreizen.

De Smet gaat in op het verzoek van een aantal Coeur d'Alêne om ook hun gemeenschap te bezoeken. In november, na een barre tocht komt De Smet bij de Coeur d'Alêne aan. Daar werken de paters Point en Joset. Point had de missie aan de St.-Joe rivier St.-Joseph gedoopt, maar De Smet stelt voor om de missie opnieuw Sacred Heart te noemen .

Het is vrij laat om over de hoge Bitterroots te trekken, wanneer De Smet op 19 november met 4 gidsen naar St.-Mary vertrekt. Het regent en sneeuwt aanhoudend en de rivieren staan veel hoger dan gewoonlijk. Het oeverland van de St.-Joe rivier is helemaal overstroomd. Tenslotte kunnen ze ter hoogte van de St.-Ignatius rivier geen kant meer op. Een van de gidsen stelt voor om alleen verder te trekken en hulp te halen. 2 dagen later komen een paar kano's toe die hen terug naar de missiepost brengen. Op 4 december doet De Smet nog een tweede poging, deze keer langs een andere weg : via de Kalispel vallei, langs Clark Fork naar de Bitterroot vallei. Maar na 4 dagen op Clark Fork maken ijsschotsen een einde aan de tocht.

Mengarini is intussen in St.-Mary aangekomen, maar onderweg is hij bijna verdronken. 12 van zijn paarden hebben het niet gehaald.

Een Kalispel loopt met sneeuwschoenen over de bergen naar St.-Mary om Mengarini te verwittigen dat De Smet bij de Kalispels in St.-Michael zal overwinteren. En zo vieren paters De Smet, Hoecken en Soderini in 1844 kerstmis in een geïmproviseerde kapel aan de Pend Oreille rivier (vandaag Albeni Falls, Idaho).