pag. 322 home

news

-1 ^ +1
Het graf van Pater De Smet.

Pater De Smet (1801-1873).

Wat gebeurt er met het kloosterkerkhof van de jezuïeten en met het graf van Pater De Smet in Florissant?

 

In 1823 bouwden acht missionarissen uit de Lage Landen in Florissant, aangemoedigd door de bisschop  van het toenmalige Louisiana Territorium, Louis Du Bourg, en door de president van de V.S. , James Monroe (president van 1817 tot 1825), een blokhut plus een schooltje voor indiaanse jongens. Het was de start van het St.-Stanislaus seminarie.

 

In 1840 werden de houten constructies door een stenen gebouw vervangen dat de toepasselijke naam “Rock Building” meekreeg. De muren van dat kloostergebouw waren één meter dik en werden uit krijtsteen van de groeven aan Missouri rivier opgetrokken. In die pioniertijd was St.-Stanislaus helemaal op zichzelf aangewezen. Met zijn moestuin, zijn pluim en ander vee, en met zijn graanvelden leek het seminarie veeleer op een Europees middeleeuws klooster. Op de 400 hectares kweekten de kloosterlingen verder nog wijndruiven, baatten ze een slagerij, een bakkerij en zelfs een zuivelfabriek uit.

 

Maar naarmate Florissant steeds meer in de schaduw van St.-Louis kwam te staan verplaatste het centrum van de activiteiten van de jezuïeten zich ook steeds meer naar die groeiende grootstad.

 

Uiteindelijk werd het St.-Stanislaus seminarie in 1971 gesloten en een jaar later verkocht de Provincie van Missouri al het onroerend goed aan de “United Pentecostal Church”. Om historische redenen kregen de jezuïeten wel de toelating om zo lang als nodig het oude klooster (“Rock Building”) en het aanpalend kerkhof te blijven beheren. De overige, modernere gebouwen werden aan het “Gateway College of Evangelism” overgedragen.

 

Dank zij de inspanningen van de paters Heithaus en Faherty werd in “Rock Building” een mooi museum opgericht: “The Museum of the Western Jesuit Missions” (700 Howdershell Road, Box 1095 Florissant, MO. 63031).

 

Maar in 2002, 180 jaar na de moeizame start van de eerste missionarissen, viel het doek finaal over de aanwezigheid van de jezuïeten in Florissant.

 

De Provincie van Missouri besliste om alle waardevolle kunstwerken uit het museum van Rock Building naar St.-Louis te verhuizen, met de bedoeling ze daar in een nieuw op te richten museum ten toon te stellen. Die verhuizing is nu helemaal compleet en het “Museum of the Western Jesuit Missions” werd definitief gesloten.
 

Intussen besliste de Provincie om de resterende 120 graven van "Mound Cemetery" naar het grote katholieke kerkhof van Saint Louis over te brengen, om ze daar, op de plek waar de andere jezuïeten begraven liggen, bij te zetten.

 

Enkele namen van de 120 geestelijken die in “Mound Cemetery” begraven liggen:

 

E.H. Louis Sebastian Meurin; geboren op 26 december 1707; gestorven op 23 februari 1777

E.H. Pieter J. Timmermans, S.J.; geboren op 20 juli 1783; gestorven op 31 mei 1824

E.H. Jan Van Lommel, S.J.; geboren op 28 maart 1826 (?); gestorven op 11 februari 1833

Br. James Yates, S.J.; geboren op 26 mei 1807; gestorven op 1 februari 1833

E.H. Charles F. Van Quickenborne, S. J., geboren op 21 juni 1788; gestorven op 17 augustus 1837

E.H. Aegidius De Bruyn, S.J., geboren op 18 januari 1803; gestorven op 10 september 1838

E.H. Bartholomeus Krynen, S.J.; geboren op 11 juni 1808; gestorven op 31 december 1838

Mr. Mark Boex, S.J.; geboren op 13 december 1803; gestorven op 26 november 1840

E.H. Jude Van Sweevelt, S.J.; geboren op 29 februari 1804; gestorven op 10 mei 1841

E.H. Pierre-Jean De Smet; geboren op 30 januari 1801; gestorven op 23 mei 1873

 

Na de verkoop van het St.-Stanislaus seminarie werden in 1972 reeds 359 jezuïeten op het grote katholieke kerkhof van Saint Louis, Calvary Cemetery, herbegraven en daarna werden de overleden jezuïeten op dat kerkhof bijgezet.

 

Na de sluiting van het museum en het transfert van de graven zal de eigenaar, de “United Pentecostal Church”, definitief over het gebruik van het historische gebouw en de bijhorende gronden kunnen beschikken. Florissant koestert nog steeds zijn oude “Saint Ferdinand church”. In dit kerkje, een kopie van de Vlaamse kerkjes uit het begin van de negentiende eeuw, werd Pierre-Jean De Smet eertijds tot priester gewijd.

 

In Calvary Cemetery zullen alle jezuïeten uit de streek voortaan samen hun laatste rustplaats vinden.

 

Het is moeilijk om de beslissing van de Provincie om “Mound Cemetery” op te geven te aanvaarden, want in de nabijheid van deze plek is alles begonnen en op dit kerkhof liggen onze Amerikaanse pioniers begraven. Eens het plan uitgevoerd is er trouwens geen weg terug!

 

In 1905 schreef de bekende Amerikaanse ingenieur en historicus Hiram Martin Chittenden :

 

“De dood van Pater De Smet dompelde St.-Louis, de stad waar hij reeds 50 jaar thuis was, in diepe rouw. Zijn begrafenis werd er dan ook een van de drukst bijgewoonde in de metropool. Bij de rouwenden waren veel hooggeplaatste personen. Monseigneur Ryan, die optrad in naam van Monseigneur Kendrick, de aartsbisschop van St.-Louis, hield een waardige uitvaartrede. De verzamelde pers gaf unaniem uiting aan de universele gevoelens van respect die nagenoeg iedereen voor de overleden pater voelde.

 

Daarna werd Pieter Jan De Smet op het kleine kerkhof van het novitiaat in Florissant ter aarde besteld, vlak bij Pater Verhaegen, die 50 jaar eerder samen met hem de lange reis naar deze plek ondernomen had.”

 

De inwoners van België, Vlaanderen en Dendermonde hebben Pieter-Jan De Smet en al die andere moedige missionarissen, die hun volwassen leven aan de geestelijke opvoeding van zowel de indianen als de immigranten gewijd hebben, nog niet vergeten. We begrijpen niet waarom het graf van Pater De Smet verstoord moet worden en waarom het vredige kerkhof bij het oude novitiaat moet wijken.

 

We kunnen slechts hopen dat de Amerikaanse burgers in 2002 even veel respect voor Pieter-Jan De Smet zullen tonen als hun voorouders bij zijn uitvaart in 1873.