pag. 23 home

news

-1 ^ +1
1869 - 1873 ~ Afscheid van een vriend.

1869


In ons land kunnen de dokters De Smet niet van zijn doofheid afhelpen, maar dat belet hem niet om geld in te zamelen. Hij trekt door België, Nederland en Frankrijk. Zoals gebruikelijk neemt De Smet ook de nodige tijd om zijn familie te bezoeken. Hij woont een communiefeest bij.

In juni keert hij naar de V.S. terug, deze keer aan boord van de City of Dublin.

Begin juli is er weer een hittegolf in St.-Louis. De reis naar Europa en de warmte hebben De Smet opnieuw uitgeput. Hij moet lange tijd kamer houden en rusten. Hij heeft nog steeds last van de ziekte van Bright. Wanneer het najaar meer verkoeling brengt voelt De Smet zich stilaan beter. Zó goed zelfs dat hij 6 zusters op weg naar een missie bij de Blackfoot indianen tot Omaha kan begeleiden. Hij betaalt hun reiskosten en zorgt ervoor dat ze tot fort Benton over het nodige comfort kunnen beschikken. De Smet legt heen en terug 1.930 kilometer af. In november bezoekt De Smet de missie van St.-Mary in Kansas. Ook dat is 1.287 kilometer retour. Zijn bezoek aan St.-Mary is een diepe ontgoocheling. Telkens weer wordt hij geconfronteerd met de slechte invloed van de blanken op de indianen. De Potawatomi zijn er erg aan toe. In december reist De Smet naar Chicago en Milwaukee om er geld in te zamelen.

1870

Na de lente voelt De Smet zich opnieuw een stukje beter. Hij is van plan om helemaal tot fort Berthold te reizen. Op 1 juni vertrekt De Smet met de Far West in gezelschap van pater Ignatius Panken. Panken is een Nederlander die met de lichting van 1857 naar de V.S. gekomen is. Hun doel is een missiepost in het land van de Grand River (bij het huidige Mobridge, South Dakota) op te richten. De indianen verwelkomen het initiatief. De Smet en Panken dopen een honderdtal indianen tussen de Whetstone Agency (ten noorden van fort Randall) en de Grand River Agency (ten zuiden van fort Rice). In Grand River zoekt hij Eagle Women op die na de dood van Galpin met haar dochters alleen achtergebleven is. De Smet laat zijn plan varen om via fort Rice tot fort Berthold te reizen en zodoende meer stammen te bezoeken. Hij voelt zich opnieuw te zwak en keert in augustus zo snel mogelijk naar St.-Louis terug. Het is zijn laatste reis naar het westen. Hij moet kamer houden en werkt aan de geschiedenis van de jezuïeten in Missouri.

1871

In februari beslist president Grant, zelf een methodist, de indianenreservaten te laten leiden door personen met een religieuze achtergrond. Columbus Delano nodigt De Smet uit om aan dit plan mee te werken. Op de eerste vergadering in Washington D.C. komen vertegenwoordigers van 13 religies samen. De katholieke gemeenschap kan op veel reservaten aanspraak maken, want alles samen hebben de jezuïeten, de franciscanen, de oblaten en de andere katholieke gemeenschappen in het westen 43 missies opgebouwd en zo oefenen ze op meer dan 100.000 indianen invloed uit. Maar het pakt anders uit. De protestanten kunnen op meer politieke steun rekenen en de feiten worden een beetje aangepast. De Smet gaat ook niet helemaal vrijuit, want hij heeft de katholieke zaak niet grondig voorbereid. Hij beschikt met name over onvoldoende gegevens om de aanspraken van de tegenpartij te kunnen weerleggen. Het resultaat is dat het katholieke missiewerk er bekaaid afkomt. Ze mogen slechts voor 4 reservaten een agent aanduiden en zodoende verliezen ze hun invloed op niet minder dan 39 indiaanse naties, waaronder de Coeur d'Alêne, de Blackfoot en de Potawatomi. Grand River is een van die 4 toegewezen agentschappen. John Connor wordt er agent en paters Francis Kuppens en Peter De Meester worden er missionaris. De corrupte administratie van president Grant komt echter niet met het nodige geld over de brug, zodat De Smet zich nogmaals verplicht voelt om zelf in Europa fondsen te gaan zoeken.

Op 1 juli reist De Smet met de City of New York naar Liverpool, waar hij op 14 juli aankomt. Hij reist door België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Engeland en Ierland om geld in te zamelen.

Intussen trachten Kuppens en De Meester de Sioux-taal met de hulp van Two Bears, een Yankton-opperhoofd, te doorgronden.

Op 10 oktober wordt in de universiteit van St.-Louis een groots feest georganiseerd om de vijftigste verjaardag van de intrede van Van Assche en Verreydt in het noviciaat van Florissant te herdenken. Samen met De Smet zijn het de nog levende pioniers die met pater Van Quickenborne de gemeenschap in St.-Louis opgebouwd hebben. De Smet kan er helaas niet bij zijn.

1872

De bedeltocht vraagt veel van De Smet's krachten en in januari zit er niets anders op dan in ons land wat rust te nemen. Hij geeft pater Francis Deynoodt toelating om zijn brieven en publicaties voor een biografie bijeen te brengen. Op 12 februari tijdens een spreekbeurt in een Brussels college wordt De Smet plots onwel. Hij heeft pijn en verliest veel bloed. Zijn familie is zo geschrokken dat ze naar Lourdes trekken.

Wanneer De Smet herstelt wil hij zo snel mogelijk terug naar zijn geadopteerde vaderland. Op 7 april vertrekt De Smet via Antwerpen met de City of Paris voor de laatste keer uit België, deze keer met negen rekruten en 66.000 francs (12.000 $) op zak. Het bedrag volstaat om de geplande missie op te starten. 18 dagen later arriveert De Smet in St.-Louis.

Intussen heeft Delano De Smet als raadgever aangesteld. Maar hij bedankt voor de eer, hij is te ziek en moet kamer houden.

1873

Kapitein La Barge heeft zijn nieuwste schip naar de grote missionaris De Smet genoemd. Het is een mooie geste en De Smet aanvaardt het peterschap over het nieuwe vaartuig. Om het nagelnieuwe schip te dopen laat hij zich op 13 mei per koets naar de haven van St.-Louis voeren. Maar na een korte plechtigheid spoedt De Smet zich snel terug naar zijn kamer in de universiteit. Het is zijn laatste publieke optreden. De dag nadien draagt De Smet ook zijn laatste mis op. Op 20 mei ontvangt hij de sacramenten van de stervenden en 3 dagen later, op 23 mei 1873 om 2:15 overlijdt pater Pierre-Jean De Smet, S.J., bij de indianen beter bekend als de Grote Zwartrok.


Op 24 mei wordt de overleden missionaris begraven. In de St.-Franciscus Xaverius kerk draagt pater Van Assche een begrafenisdienst op. Onder de aanwezigen zijn onder meer de aartsbisschop van St.-Louis, monseigneur Kenrick, David Frost, bisschop Patrick Ryan en generaal Harney. In St.-Louis rouwen duizenden mensen wanneer De Smet bijgezet wordt op het kerkhof van het St.-Stanislaus noviciaat in Florissant, naast Van Quickenborne, De Theux, Elet, Van de Velde, Smedts en Verhaegen.

Het overlijdensbericht bereikt kapitein La Barge via de telegraaf in Sioux City, Iowa. Met de vlag halfstok brengt de De Smet het droeve nieuws in alle forten, nederzettingen en indianendorpen aan de oevers van de waterweg die De Smet zo goed gekend heeft.

De Smet laat 6.000 $ na. Het bedrag wordt aan het missiewerk in Oregon toegewezen worden.

De Smet heeft alles bij elkaar op 30 jaar tijd zowat 290.000 kilometer afgelegd.

Het staat vast dat de indianen bij het heengaan van Pierre-Jean De Smet niet enkel een vriend maar ook een oprechte bondgenoot verloren hebben.